![]() |
nederlandse
|
![]() ![]() |
||||||
Frans Piët |
||||||
![]() ![]() ![]() |
||||||
Frans Piët (17 februari 1905 - 5 januari 1997) is vooral bekend geworden als tekenaar van 'Sjors en Sjimmie', maar dat betekent bepaald niet dat hij geen andere strips gemaakt heeft. Hij tekende aanvankelijk freelance moppen, cartoons en illustraties voor uitgeverij De Spaarnestad, die hij toestuurde vanuit zijn woonplaats Parijs. In 1932 debuteerde hij als striptekenaar met 'Simmy en Wo-Wang', over een Chineesje en een negertje. |
||||||
![]() |
||||||
Simmie zou de voorloper worden van de latere Sjimmie uit 'Sjors en Sjimmie'. De wortels van deze strip liggen in Amerika, waar Martin Branner de strip 'Perry Winkle', een spin-off van 'Winnie Winkle', tekende voor de Chicago Tribune. De Spaarnestad nam deze strip over onder de naam 'Sjors van de Rebellenclub'. |
||||||
![]() ![]() |
||||||
In 1938 ging Piët, die inmiddels in vaste dienst was gekomen van De Spaarnestad, op verzoek van de redactie 'Sjors' tekenen voor het intussen opgerichte, gelijknamige jeugdblad. De strip gaat over het jongetje Sjors dat met zijn drie vriendjes allerlei kwajongensstreken uithaalt. Na de oorlog werd de Rebellenclub vervangen door het negertje Sjimmie, waarmee hij verre reizen zal maken. Vooral in de periode dat zij achterop de Panorama stonden, bereikten zij een groot publiek en werden tot legendarische helden voor een hele generatie. |
||||||
![]() |
||||||
Naast Sjors heeft Piët ook andere strips getekend, waaronder 'De Luchtrovers van Hoitika', 'Bassie', 'De Gebroeders Goochem', 'De Lotgevallen van Piet Krent en Jan Oliebol', 'Jossie Jovel', 'Streken van een Kleine Strop' en 'Ti Ta Tovenaar'. |
||||||
![]() |
||||||
| Meer over Frans Piët: | ||||||
| 1920-1940: tijdschriften 1930-1940: krantenstrip Sjors Engelse biografie in de Comiclopedia Register van tekenaars |
||||||
![]() |
||||||
inhoud > 1800 > 1900 > 1920 > 1930 > 1940 > 1945 > 1950 > 1960 > 1970 > 1980 > 1990 > 2000
|