 |
John C. Kennis
|
 |
Weinig is bekend van de Amsterdamse kunstenaar John C. Kennis (geb. 24 juni 1913). Onder het pseudoniem Van Ribbentel-Magerbuyk tekende hij 'O, dat Wintertje '45' in februari 1945. Onder zijn eigen naam maakte hij 'De Sprinkgermanenplaag of de Stoute Dingen die Toontje deed'. Dit verhaal was een versimpelde weergave voor kinderen van de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog, uitgegeven door Breughel in 1945. In 1975 werd het verhaal herdrukt door Holkema & Warendorf in Bussum, en voor deze uitgave schreef Kennis een nieuw voorwoord en een verklarende begrippenlijst.
Verder is van Kennis bekend dat hij meewerkte aan bladen als Kiekeboe en de Sparkrant, waarvoor hij illustraties, strips en cartoons verzorgde.
|
  |
Hoogstwaarschijnlijk is John C. Kennis ook de tekenaar die in zijn geheel het blad Tommy Tip voltekende. Van dit in Antwerpen uitgegeven blad (De Volharding), zijn 7 exemplaren bekend, die geen van allen gedateerd zijn. Aan de van de Nederlandse prijs van 22,5 cent, evenals het gebruik van nieuwe spelling, moet het blad zijn verschenen tussen 1945 en 1948.
|
 |
Vrijwel alle strips uit het blad zijn ondertekend met een "J", en de illustraties met "John". Hij heeft in dit blad zoveel mogelijk van zijn kunnen en verschillende tekenstijlen laten zien, en het zou ons niet verbazen als dit blad na nummer 7 niet meer verschenen is, ondanks de waardevolle premies om abonnees te trekken (een verloting van een heuse fiets), door het on-Vlaamse taalgebruik.
|
 |
Omdat de enige tot nu toe bekende exemplaren van dit tijdschrift in de U.B. van Amsterdam te vinden zijn, volgt hier een overzicht van alle strips vanaf Tommy Tip nr. 1: 'Stientje weet altijd raad', 'Van Linda en haar poesje Tintelebim', 'Nikkertje Roet en de tover-anemoon', 'Krul Sul en Bul en de geheime gangen in het Wilgenbos', 'De kabouter in de tulp', 'Tommy Tippelmans en de Kidnappers', 'De wereldreis van Jello en Reddy'. Dit zijn allemaal vervolgverhalen waaraan in nr. 2 nog 'Kees logeert op Vijverhof', wordt toegevoegd. Aan de titels is al te zien dat de uitgever bepaald lichtzinnig met het begrip doelgroep omging. Op de ene pagina staan lieve kaboutertjes en op de andere wordt een peuter door gangsters ontvoerd.
|
 |
 |
Kennis leverde ook bijdragen aan Kiekeboe, een Rotterdams tijdschrift dat in 1948 verscheen. Evenals in Tommy Tip, maakte Kennis naast mopjes, puzzels en illustraties ook een aantal strips. Hiervoor gebruikte hij schuilnamen als Dompey ('Pietje Poppesnor') en Morton Mill ('Kaatje Koekebier'). We beginnen ons zo langzamerhand af te vragen wat de echte naam van John Kennis zou zijn...
|
   |
 |
Na deze actieve periode lijkt het alsof John Kennis van het strippodium is verdwenen.
|
1945 - Bevrijdingsstrips
Engelse biografie in de Comiclopedia
Register van tekenaars
|
 |