![]() |
nederlandse
inhoud |
![]() ![]() |
||||||
1945-1950Krantenstrip |
||||||
![]() Tekko Taks (Trouw, 1947) |
||||||
Door de oorlogsperiode waarin het nieuws slechts onder Duits toezicht werd doorgelaten, ontstond er een ware hausse in nieuwe kranten die de nieuwshonger van het Nederlandse volk wilde lessen. Iedere stad en streek kreeg naast algemene ook katholieke, protestantse, gereformeerde en socialistische kranten. Al deze kranten boden plaats aan ten minste een strip. |
||||||
![]() Het eerste verhaal van Panda (Gooi en Eemlander, 6-1-1947) |
||||||
Krantenstrips zijn er dan ook genoeg in de jaren na de oorlog, te veel om op te noemen. Iedere krant heeft er wel één, sommige voeren zelfs twee strips tegelijk. Hun namen hebben voor bepaalde generaties een bijna magische klank: 'Appie Kim', 'Jochem Jofel', 'Ketelbinkie', 'Kapitein Rob', 'Jimmy Brown'... |
||||||
![]() Heer Bommel (NRC, 1948) |
||||||
En dan spreken we nog niet eens van de strips uit de legendarische Toonder Studio's. Veel van de strips die in deze periode ontstaan zullen de trouwe lezer tientallen jaren blijven boeien. Na een aantal jaar keert 'Tom Poes' terug in de Nederlandse dagbladen na een kleine afwezigheid wegens een publicatieverbod naar aanleiding van Toonders vermeende medewerking aan de propagandamachine van de bezetter. Maar ook tal van nieuwe strips zien in deze periode het daglicht, zoals 'Olle Kapoen', 'Kappie' en 'Panda'. |
||||||
![]() ![]() |
||||||
'Olle Kapoen' stond van 2 november 1946 t/m 30 oktober 1954 in het Algemeen Handelsblad. De strip van Phiny Dick had over het algemeen tamelijk korte verhaaltjes, zodat ze in deze periode tot 70 verhalen gekomen is. |
||||||
Kappie (Algemeen Dagblad, 21 november 1947) |
||||||
Van de serie 'Kappie' wordt verteld dat het geïnspireerd wordt door de vader van Marten Toonder, die kapitein op de grote vaart was. De verhalen startten op 27 december 1945 in het Algemeen Dagblad, en zullen tot 1972 in diverse kranten worden voortgezet. Tekenaars van de strip zijn onder meer Joop Hillenius, Frits Godhelp, Terry Willers, Dick Vlottes, Jan van Haasteren, Richard Klokkers en Fred Julsing. |
||||||
![]() Kappie (Algemeen Dagblad, 21 december 1948) |
||||||
Van Hans Kresse, die toen voor de studio's werkte, verschijnt de strip 'Robby' in het dagblad Trouw. Deze komische dierenstrip wordt later gevolgd door 'Eric de Noorman', die uit zal groeien tot een der klassiekers van het Nederlandse beeldverhaal. |
||||||
![]() Robby (Trouw, 28-1-1946) |
||||||
|
||||||
|
||||||
In september 1945 richt tekenaar Piet van Elk in Amsterdam de naar hem genoemde studio op, om herrijzend Nederland van krantenstrips te voorzien. De studio start op het Singel, om in 1947 op een bovenhuis in de Albrecht Dürerstraat 1 te worden voortgezet. |
||||||
![]() ![]() Oem (18-8-1947) |
||||||
Naast striptekenaars als Siem Praamsma, Henk Albers, Hans Nije, Albert van Beek en Willy Kuijper, waren er ook tekstschrijvers in dienst. Dit waren Ed Bayer, die nog enige tijd hoofdredacteur van Vrij Nederland was, en onder de naam Hilarion zijn bijdrage leverde, en de later door de radio beroemd geworden Flip van der Schalie. Meneer Stokreeft deed het inktwerk. Naast een aantal strips voor de krant, zoals 'Oem' en 'Dokie Durf', gaf de studio een eigen tijdschriftje uit, Stripfilm geheten. Hiervan zijn vijf nummers verschenen. |
||||||
![]() Fred Flodder en Cor Cordaat van Siem Praamsma (Utrechts Katholiek Dagblad, 22-11-1946) |
||||||
![]() ![]() Hierboven: de populaire Smidje Verholen van Studio AVAN. |
||||||
![]() |
||||||
|
||||||
De Nederlandse krantenstrip is in deze periode altijd een tekststrip - een strip met, naar vooroorlogse traditie, de tekst onder de plaatjes. Balloons treft men niet aan, hoogstens staat er eens een vraag- of uitroepteken in de tekening. Dit bestempelt de krantenstrip - in tegenstelling tot de beeldroman - tot een voor veel opvoeders aanvaardbare strip: er valt tenminste wat te lezen. Soms is die tekst zelfs nog op rijm ('Baron Liever Lui', van Carol Voges). |
||||||
![]() |
||||||
|
||||||
In het begin van de jaren '50 komen steeds meer bekende politici een rol spelen in de 'Pa Pinkelman' verhalen. |
||||||
![]() ![]() |
||||||
Niet altijd waren de onderteksten juweeltjes van stijlkunst. Bij de eerste 'Kapitein Rob'-verhalen waren de teksten nog uitgesproken naïef, 'Eric de Noorman' ademt daarentegen een romantische geest, vol nobele clichés, dankzij de schrijver Waling Dijkstra. De lezer ontmoet hier menig 'jongeling met edel gelaat'. De Nederlandse krantenstrips kenmerken zich verder door de afwezigheid van kleur, een beperking opgelegd door het feit dat ze hoofdzakelijk in kranten verschenen. |
||||||
![]() De avonturen van het zeilschip "De Vrijheid" (Het Parool, 14-12-1945) Reeds in aflevering 4 ziet de roekeloze zeeman de dood in de ogen. Wij zullen echter nog tot 21 januari 1966 van zijn avonturen kunnen genieten. |
||||||
Het gevolg hiervan is dat de tekenaars een groeiende vaardigheid aan de dag legden in het gebruik van rasters en zich soms ontwikkelden tot ware meesters in zwart-witeffecten. Ook bij de keuze van de locaties leken ze van de nood een deugd te maken: donkere wouden, grauwe moerassen en grijze noordelijke zeeën vormen de achtergrond van de avonturen van de held. |
||||||
![]() Eric de Noorman (Gooische Courant, 18-5-1948) |
||||||
Het meest 'Hollandse' aan deze strips is misschien nog de sociale binding van de hoofdfiguur. De Nederlandse held in het realistisch avonturenverhaal is namelijk gehuwd en heeft zelfs kinderen: Kapitein Rob heeft er twee, net als Kick Wilstra, van tekenaar Henk Sprenger, en wie kent niet Erwin, de oogappel van Eric de Noorman, door Hans G. Kresse. De kinderen lijken een soort waarborg voor de toekomst van de serie: zij zullen, als vader oud is, de heldenrol gaan overnemen. |
||||||
![]() Eric de Noorman - De Prijs der Wrake |
||||||
"Toen Frank de Vries, de zoon van een apotheker uit een kleine gemeente in Friesland, nog op de schoolbanken zat, had hij slechts één verlangen: vlieger te worden. Het spreekt dan ook haast vanzelf, dat hij zich na zijn eindexamen HBS meldde voor de opleiding tot officier-vlieger bij de Koninklijke Luchtmacht. En tijdens zijn opleiding, toen hij gestationneerd was op de vliegbasis, maakte hij kennis met kapitein Rob, de zeeman, die jarenlang over de zeven zeeën heeft gezworven, die nu met vrouw en kind aan boord van zijn tjalk in de haven van Terschelling woont." |
||||||
![]() |
||||||
In 1947 verscheen in Trouw de tekststrip 'Inde Goude Gaper', door W.G. van de Hulst sr. (tekst) en jr. (illustraties). Vader en zoon van de Hulst hadden in de jaren dertig reeds roem vergaard met hun populaire strip 'In de Soete Suikerbol'. Ook 'In de Goude Gaper' kende redelijk succes, en verscheen al gauw in boekvorm. Omstreeks 1965 werd de serie nogmaals geplaatst in Het Reformatorisch Dagblad. |
||||||
![]() ![]() |
||||||
Jan Dirk van Exter is ook een tekenaar die in deze tijd actief was. In de oorlog werkte hij bij de Toonder-Geesinkstudio's, voordat hij door de bezetter werd opgepakt en naar een werkkamp vervoerd. Hier verzamelde hij allerhande moppen die de ronde deden, en die hij bij zijn terugkeer in boekvorm uitgaf onder de titel 'Ken-je-die?' In 1946 begon hij met de balloonstrip 'Rikki', waarvan hierboven twee uitgaves staan afgebeeld. 'Terra Incognita' is extra curieus, omdat deze strip zich afspeelt in het menselijk lichaam. |
||||||
![]() ![]() |
||||||
Ook verschijnt in deze tijd voor het eerst 'Paulus de Boskabouter' van Jean Dulieu. |
||||||
![]() |
||||||
In de zomer van 1946 verschijnt in de Volkskrant de strip 'Mannetje Bagatel', met tekst van Bertus Aafjes en tekeningen van Eppo Doeve. Het is een van de twee enige (tekst)strips die Doeve gemaakt heeft - de andere is 'Kleine Isar', eveneens met tekst van Bertus Aafjes, die in 1962 in Elseviers Weekblad verscheen. |
||||||
![]() ![]() |
||||||
Arnold Clerkx (de vader van Aart Clerkx) tekende in De Nieuwe Dag de strip 'Ling Khi Tong'. |
||||||
|
||||||
![]() |
||||||
inhoud > 1800 > 1900 > 1920 > 1930 > 1940 > 1945 > 1950 > 1960 > 1970 > 1980 > 1990 > 2000
|