Nederlandse StripgeschiedenisThijs IJs

1930 - 1940

Krantenstrip


Pietje en Wietje, van Hein KrayPietje en Wietje, van Hein Kray
Pietje en Wietje, van Hein Kray

Omstreeks 1930 doet de strip zijn intrede in de Nederlandse kranten. In 1931 verschijnen er (volgens de Kroniek van de Nederlandse Dagbladpers) in Nederland maar liefst 95 dagbladen, waarvan elf met ochtend- én avondeditie. Daarnaast bestaan er advertentiebladen, en regionale bladen die twee- of driemaal per week verschijnen. Iedere zichzelf respecterende krant heeft dan zijn eigen stripverhaal. Behalve importstrips plaatsen de dagbladen ook strips van Nederlandse tekenaars. Veel van die strips zien na verschijning in de krant ook in boekvorm het licht.
Klaas, de zoon van den MolenaarKlaas, de zoon van den Molenaar
Een van de belangrijkste krantenstripauteurs van deze tijd is Henricus Kannegieter. Alhoewel er vrij weinig over hem bekend is, heeft hij een behoorlijk stripoeuvre op zijn naam staan. Meer dan 25 strips verschenen er van zijn hand in allerlei regionale kranten en weekbladen, zoals 'Van Rommelzak en Hobbeltje' in Amersfoortse Courant (1932/1933), 'Tom de Negerjongen' in Leidsch Dagblad (1933/1934), 'Flip en Dik Krentenmik' in Zonneschijn (1939/1940) en 'Klaas, de zoon van de molenaar', in De Standaard.
Jantje Welgemoed, door Gerrit Rotman
De belangrijkste Nederlandse tekenaar is in deze periode toch wel de voormalige onderwijzer Gerrit Th. Rotman, maker van onder andere de populaire 'Snuffelgraag en Knagelijntje'. Rotman haalt met strips als 'Pietje Pluis en Jantje Joppe', 'Brammetje Flapoor', 'Jantje Welgemoed', 'Prinsesje Sterremuur' en 'Mijnheer Pimpelmans' een ongekende productiviteit en ziet daarnaast zijn strips geplaatst in vele buitenlandse kranten.
Snuffelgraag en Knagelijntje, door Albert Funke
Albert Funke Küpper neemt in 1927 de krantenstrip (plaatjes-serie, zoals dat toen genoemd werd) 'Snuffelgraag en Knagelijntje' over van Gerrit Rotman, die na onenigheid met het blad Voorwaarts de strip verlaten had.
Vanaf 1933 kan het Telegraaf-publiek kennismaken met 'Flippie Flink', door de versjes van Clinge Doorenbos, die beeldend werden vormgegeven door Louis Raemaekers. De populariteit van de strip bereikt zijn hoogtepunt wanneer Flippie Flink in levende lijve in Amsterdam door zijn fans wordt begroet, naar aanleiding van een toneelvoorstelling over zijn leven, met niemand minder dan Corry Vonk in de hoofdrol. Lees hier meer over deze voorstelling. Flippie Flink
Bruintje Beer
Bruintje Beer, door Mary Tourtel 'Bruintje Beer' ('Rupert Bear' van Mary Tourtel) komt weliswaar uit Engeland, maar weet toch de harten van de Algemeen Handelsblad-lezertjes te veroveren. Aan deze strip zijn plaquettes, kinderspelen en een groot aantal (24) boeken gewijd.
Op 25 mei 1934 verschijnt 'Thijs IJs' in verschillende dagbladen. Deze jonge ijsbeer van Marten Toonder is bedoeld om 'Bruintje Beer' te vervangen toen de rechten daarvan exclusief van het Algemeen Handelsblad waren geworden. De strip bestaat uit één dagelijks plaatje, twee kolommen breed, met een tekst die als proza achter elkaar is gezet, maar waarin de zinnen toch rijmen. De plaatjes zijn aanvankelijk gesigneerd met 'Toonder', later M. T. (net als Mary Tourtel!), en nog later verdwijnt elke aanduiding van de maker, omdat hij de strip eigenlijk illegaal deed daar hij sinds 30 oktober 1933 in vaste dienst was bij de N.V. Nederlandsche Rotogravure Mij. te Leiden. Om de overgang van Bruintje Beer naar Thijs IJs voor de lezers te versoepelen, wordt hij geïntroduceerd als verre neef van Bruintje.
Thijs IJs, door Marten ToonderThijs IJs, door Marten Toonder

"Thijs IJs, een verre neef van Bruintje Beer, liep op zijn grote ijsschots heen en weer en dacht 'Het is niet waar, hij kan't niet meenen!' Hij kreeg - dat moet je weten, zoo juist bericht dat neefje Bruin voor altijd was verdwenen. 'Maar ja,' vond Thijs, 'hij schrijft het zelf, dus is het waar. Wat moeten nu die menschen? Zij hielden veel van hem, maar zullen toch wel nieuwe avonturen wenschen. Zeg - weet je wat? Ik zal, als Witte Beer, hun iets van mijn belevingen verhalen!' En vlug pakt Thijs zijn bullen bij elkaar en gaat naar Nederland, zonder ook nog maar een dag te dralen.'
Thijs IJs
Advertentie voor Tijs IJs boekuitgaven Van 24 maart 1934 tot en met 18 oktober 1938 hebben een aantal bladen van de provinciale pers de avonturen van 'Tijs IJs' geplaatst. In deze periode zijn 52 verschenen waarvan veel thema's later 'Tom Poes' terugkeerden.
Het Betoverde Bos, door Greta Badenhuizen Opa Bol van den IJzeren Knol
Een strip die velen zich met weemoed zullen herinneren is 'Het Betoverde Bos' van Greta Badenhuizen, die in 1935 in het Groninger Dagblad en Nieuwsblad de Zaanlander verschijnt. In 1939, ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Staats Spoorwegen, wordt er een album van de krantenstrip 'Opa Bol van den 'IJzeren knol' (boven rechts) uitgegeven. De tekenaar van dit werkje is helaas onbekend gebleven.

Opa Bol van den IJzeren Knol

PAM's Wonderlijke Avonturen, door Joe Sten PAM bij de Maanapen, door Joe Sten
De tekenaar Joe Sten (pseudoniem van tekenfilmpionier George Debels, samengesteld uit de naam van zijn vrouw, Johanna Stenacker) maakte de strip 'PAM', die onder andere verschijnt in de Amersfoortse Courant van 1939 tot 1941. Van deze strip zijn twee albums verschenen: 'PAM's Wonderlijke Avonturen' en 'PAM bij de Maanapen'. De cover van dit tweede album werd getekend door Simon Bout, die destijds werkzaam was bij PAX Holland, de uitgever.

Myra het elfje, door Mies Deinum In de jaren vlak voor de oorlog tekent de Haarlemse tekenares Mies Deinum drie strips: 'Sambo de Olifant', 'De Dierenjamboree' en 'Myra, 't Elfje en Kabouter Zwartvoet' (1940), allemaal verschenen in onder andere de Amersfoortse Courant.
Pietje en Wietje
Pietje en Wietje
Pietje en Wietje
Pietje en Wietje
De tekenaar Hein Kray was ook zeer actief vanaf de jaren dertig. Zijn strips, waarvan de eerste 'Per Vliegmachine de Wereld Rond' heette, verschenen in vele lokale kranten. Sommige ervan, zoals 'Pikkie en Goudglansje' (1936), 'Baas Blaas, de Tielse Kruidenier' (1938-40), 'Davina's Eekhoorntje' (1946) en 'Koos de Fantast' (1951) waren geschreven door zijn vrouw, To van Thiel. Hierboven 'De Lotgevallen van Pietje en Wietje'. Ook in deze strip maken wij kennis met het fenomeen "pindachinees". De Chinezen die in Nederland hun zeemansbestaan hadden moeten opgegeven, moesten vaak in hun levensonderhoud voorzien door de verkoop van pinda's.
Uit de strips van Hein Kray zijn ook veel scènes zichtbaar uit het gewone leven van de jaren 30. Vooral een strip als 'De Gebroeders Brand' (op tekst van A.C. Biemond) geeft een goed inzicht in het dorpse leven van alledag.
De Gebroeders Brand, van Hein Kray

Het Verhaal van Jan Joris die zoo graag in de Gouden Koets rijden wou
Het Verhaal van Jan Joris die zoo graag in de Gouden Koets rijden wou
Het Verhaal van Jan Joris die zoo graag in de Gouden Koets rijden wou

Van 15 juli 1938 t/m 7 januari 1939 publiceerde Ernst Felder in De Standaard de strip 'Het Verhaal van Jan Joris die zoo graag in de Gouden Koets rijden wou' op tekst van Jo Kalmijn-Spierenburg. Zoals in deze krant meer voorkwam, had de strip zowel boven als onder de plaatjes tekst.
In de Wolleweverstraat
In de Wolleweverstraat
Van niet alle strips uit De Standaard is de naam van de auteur bekend. Zoals de strip hiernaast, over de spannende avonturen van kruidenier Kroon in de Wolleweverstraat, die van juli t/m augustus 1934 in de krant liep. De strip is gesigneerd met de initialen L. H. Misschien woonde de kunstenaar in Harderwijk, de enige stad die een Wolleweverstraat rijk is.
Frans Piët debuteert in 1932 met de krantenstrip 'Wo-Wang en Simmie'. Hoofdpersonen zijn een Chineesje en een negertje (de voorloper van de latere Sjimmie uit 'Sjors en Sjimmie'). Sjors was direct afkomstig uit de buitenlandse strip 'Winnie Winkle' van Martin Branner, waarbij Perry, het broertje van Winnie, een eigen zondagspagina kreeg die de titel droeg 'Perry and the Rinkydinks'. Dit werd in het Nederlands vertaald als 'Sjors van de Rebellenclub' die vanaf 1938 door Piët wordt getekend voor het gelijknamige weekblad.
Wo-Wang en Simmy, door Frans PiëtSjors, door Frans Piët
Andere krantenstrips die Piët gedurende de jaren dertig tekent zijn 'De Gebroeders Goochem' (1935/1936) en 'De Lotgevallen van Piet Krent en Jan Oliebol' (1937). De Gebroeders Goochem

De Lotgevallen van Meneer Adriaan, door Koos Molier
In de jeugdbijlage van Het Vaderland tekent Jac. H. Molier (Koos Molier) verscheidene tekststrips. In 1935 verschijnt 'De Wonderlijke Uitvindingen van Meneer Vliegwiel'. Deze science fiction strip (waarschijnlijk de eerste van Nederlandse bodem!) werd gevolgd door de strip 'De Lotgevallen van Mijnheer Adriaan'. Koos Molier schreef en tekende tevens de kinderboeken 'Appie van Gelder' en 'Jan Perseijn'. 'Mijnheer Adriaan' verscheen ook in boekvorm bij uitgeverij De Combinatie in Rotterdam.
In de Soete Suikerbol,1932
Een laatste krantenstrip die hier vermelding verdient, is 'In de Soete Suikerbol', van W.G. van de Hulst (1932), voor het eerst gepubliceerd in De Standaard in 1932. Deze serie bleef gedurende vele jaren een grote aantrekkingskracht op met name de jongere lezers uitoefenen.
krantenkop van Nora Schnitzler
Jan Lutz in de krant Nederland was opgetogen toen de kroonprinses Juliana met een Duitse prins Bernard von Lippe-Biesterfeld in het huwelijk trad. De Kinder-Courant van Het Nieuws van den Dag kreeg van Nora Schnitzler een feestelijke kop. Ook Jan Lutz ging met zijn tabaksreclame voor D.E. op de koninklijke toer.
Jantje Welgemoed en zijn vader, door G. Th. Rotman
Ook Rotman gaat in deze periode stug door met het maken van strips. Hoewel bovenstaand plaatje anders doet vermoeden, zijn Rotmans strips doorgaans druk bevolkt met zowel mensen als dieren. Het gebouw in de strook hierboven is het stadhuis van Middelburg.
De maker van onderstaande strip, 'Bimbo en Bombi' (1939), is ons onbekend:
Bimbo en Bombi
Hieronder: de tekenaar Jo Spier verzorgde deze getekende column voor De Telegraaf:
column van Jo Spier
Meer over toneelbewerkingen van stripverhalen en het schimmenspel
1920 krantenstrip1930 reclame1940krantestrip