![]() |
nederlandse
|
![]() ![]() |
||||||
1900 - 1920 |
||||||
![]() Plaatje uit 'Kroningsidylle' van Chris Kras (Jan Feith) |
||||||
Aan het begin van de twintigste eeuw vinden we de belangrijkste tekenaars in diverse tijdschriften, al dan niet satirisch of politiek getint. |
||||||
De Ware Jacob was een satirisch weekblad dat verscheen van 5 oktober 1901 tot april 1916, en dat in zijn tijd zeer populair was en beroemd om zijn trefzekere karikaturen. Het was een non-conformistisch blad dat tal van heilige huisjes in tekst en prent omver haalde. Doel was de humor op een hoger plan te brengen met vooral werk van eigen bodem. Politiek wilde het blad een neutrale koers volgen. De uitgever, de Nederlandsche Kiosken Maatschappij uit Rotterdam, had de insteek om een Nederlandse versie van het Engelse blad Punch te maken, maar noemde het naar het al lang in Duitsland verschijnende blad Der Wahre Jacob (wat in goed Nederlands "to-the-point" betekent). |
||||||
![]() ![]() De Ware Jacob, 1904 |
||||||
Hierboven: twee covers van De Ware Jacob, uit 1904, links door Jan Rinke, rechts door Ton van Tast (Anton van der Valk), |
||||||
|
||||||
![]() ![]() Twee tekeningen van Patrick Kroon (1862-1941). Hij ondertekende zijn werk met Patrick, PAT., ORION, O, PK of een getekende kroon. Behalve voor de Ware Jacob, maakte hij werk voor Uilenspiegel, Wereldkroniek en De Kijker. |
||||||
Vele bekende tekenaars verleenden hun medewerking, onder meer Albert Hahn (vooral portretten in de reeks "Beroemde Tijdgenooten"); Koos Speenhoff, de tekstdichter en zanger die ook als schilder actief was; later beroemd geworden schilders als Willy Sluiter, Jan Sluyter en Kees van Dongen; politieke prentkunstenaars als Leen Jordaan, Anton van der Valk (Ton van Tast), Patrick Kroon (Orion), Jan Feith (Chris Kras, Kzn); en tenslotte meer illustratief gerichte tekenaars als Daan Hoeksema, Ko Doncker en Anton Kristians. Zij vormden naar vorm en inhoud een nieuwe school in de Nederlandse karikatuurgeschiedenis. Hun humor was bondiger dan voorheen en had soms een absurd karakter. |
||||||
![]() |
||||||
Chris Kras, pseudoniem van Jan Feith, verzorgde van 1904 tot 1906 op de achterkant van het blad De Ware Jacob een getekend overzicht van de Vaderlandsche Geschiedenis. |
||||||
Meer dan bij andere spotbladen het geval was, vertoonden de bijdragen van de meestal jonge tekenaars in de Ware Jacob ook een duidelijke relatie met de opkomende nieuwe kunststromingen aan het begin van de 20e eeuw. Ongetwijfeld was hierbij van invloed dat met name Van Dongen, Sluyters en ook Speenhoff als schilder actief waren en contacten hadden met vertegenwoordigers van de avant garde. In een interview met Het Parool zegt tekenaar Leen Jordaan later: "In het milieu van de artistieke bohème was het bon-ton om De Ware Jacob te lezen en eruit te citeren." Het blad heeft nooit meer dan 400 abonnees gehad; het werd voornamelijk in kunstkringen gelezen. |
||||||
![]() ![]() |
||||||
Het socialistische blad Het Volk gaf een speciale zondagseditie uit die voor het grootste gedeelte gevuld werd met wat luchtiger commentaren op het politieke spectrum. De tekeningen van Albert Hahn zijn inmiddels legendarisch. |
||||||
![]() |
||||||
Een blad dat duidelijk politiek geëngageerd was, was het socialistische tijdschrift De Notenkraker: |
||||||
![]() ![]()
|
||||||
Aan de Notenkraker werkten onder andere mee: Jordaan, Anton Kristians (pseudoniem Toon Krias), Albert Hahn sr. en Albert Hahn jr. en vanaf 1920 de Belg George van Raemdonck, die sinds zijn vlucht naar Nederland in 1914 vooral veel illustraties voor de Amsterdammer had gemaakt, en in 1922 samen met A.M. de Jong de immens populaire 'Bulletje en Boonestaak' zou maken. |
||||||
|
||||||
In het eerste decennium van de vorige eeuw verschijnen vele prenten die commentaar leveren op de Boerenoorlog, de oorlog waarin Engeland de opstand van de Boeren uit Zuid-Afrika (die veelal van Hollandse komaf waren) de kop indrukte. |
||||||
![]() ![]() |
||||||
Hierboven afgebeeld: het boek 'Kroningsidylle' van Chris Kras, waarin deze oorlog op de hak werd genomen. Er heerste in deze periode een uitgesproken anti-Engelse sfeer. |
||||||
|
||||||
|
||||||
|
||||||
Ton van Tast, pseudoniem van Anton van der Valk (1884-1975), is een tekenaar van politieke spotprenten. Voor de Haagsche Post levert hij de serie actuele commentaren 'Daverende Dingen dezer Dagen'. Ook verschijnen zijn prenten in De Vrijheid en De Ware Jacob. Naast karikaturist was hij ook kunstschilder, aquarellist, lithograaf en reclame-tekenaar. Hieronder links een voorbeeld van zijn werk. |
||||||
|
||||||
Verder dient Felix Hess genoemd te worden. Vanaf 1 juli 1916 tekent deze erudiete liberaal een wekelijkse aflevering van 'Uit het Kladschrift van Jantje' (zie hierboven links) voor De Amsterdammer. Dit weekoverzicht, zogenaamd getekend door een kinderhand, trok zelfs buitenlandse aandacht: in 1924 verscheen een Duitse uitgave. |
||||||
![]() Het Leven in Caricatuur, door Jordaan 1915 |
||||||
|
||||||
![]() Het Leven in Caricatuur, door Jordaan 1919 |
||||||
![]() De Neef van Prikkebeen |
||||||
Eén van de belangrijkste Nederlandse striptekenaars uit deze vroege periode is Daan Hoeksema, die, geïnspireerd door Töpffer, met zijn 'Neef van Prikkebeen' al in 1909 een kostelijk en oorspronkelijk verhaal op papier zet. Dit boek zal tot in de jaren '50 worden herdrukt. |
||||||
![]() door Daan Hoeksema |
||||||
Voor het overige wordt het Nederlandse publiek nog maar spaarzaam met tekenverhaaltjes bedeeld. Alleen de Katholieke Pers (misschien door haar zuidelijke contacten) toont nu en dan wat activiteit op dit gebied (missie-almanakken). Meestal betreft het sterk op de centsprent georiënteerde verhalen, humoristisch van aard weliswaar, maar de moraal wordt niet vergeten: 'Zo komt de snoeper te pas', is de weidse noemer, waaronder wij dit genre kunnen samenvatten. |
||||||
![]() Jan Wiegman in de Katholieke Illustratie, 1919 |
||||||
In de Katholieke Illustratie verschijnen ook al op de achterzijde moppen en vrolijke vertellingen, af en toe met getekende rubrieken, van de hand van tekenaars als Jan Wiegman en Joan Collette. Wiegman liet zich vooral door zijn Franse tijdgenoten inspireren, terwijl Collette zich meer door de kunstzinnige stromingen uit zijn tijd liet beïnvloeden (zie ook Lionel Feininger). |
||||||
![]() Joan Collette in de Katholieke Illustratie, 1919 |
||||||
inhoud > 1800 > 1900 > 1920 > 1930 > 1940 > 1945 > 1950 > 1960 > 1970 > 1980 > 1990 > 2000
|
||||||