Adrian Tomine
In hoog tempo heeft Adrian Tomine zich ontwikkeld tot een van de belangrijkste jonge tekenaars van de jaren negentig. Al op zijn zestiende, toen hij nog op de middelbare school zat, schreef en tekende hij een combinatie van fictie en autobiografie, die hijzelf uitgaf in de mini-comic Optic Nerve. Een jaar later kreeg hij de opdracht een maandelijkse strip te tekenen voor Pulse, een in heel Amerika verschijnend tijdschrift.
De aandacht voor zijn werk nam toe vanaf het moment dat Drawn & Quarterly zijn comics begon uit te geven in de Optic Nerve-serie. Tomine voegt een verfrissende en intelligente gevoeligheid toe aan het medium. Zijn verhalen, die goed zijn te vergelijken met die van Raymond Carver, zijn zeer veelzijdig en omvatten zowel een biografie van Jack Kerouac als korte schetsen van complexe menselijke relaties.
Tomine werd in 1974 in Sacramento (Californië) geboren, maar woont en werkt nu in Berkeley, vlakbij dat andere grote talent: Daniel Clowes. Zijn eerste boek, 32 Stories, verscheen in 1995.
Adrian Tomine in de Comiclopedia |
Seth
Seth's uiterst gevoelige beeldverhalen, gekenmerkt door een luchtige, heldere stijl en een intelligente verteltechniek, betekenen een welkome verrijking van het niet altijd even verheffende medium. Zijn artistieke vorming is te herleiden tot de New Yorker van de jaren veertig en vijftig: grote cartoonisten als Peter Arno en Charles Adams hebben met hun droogkomische talent een onuitwisbare invloed uitgeoefend op het latere werk van Seth.
In 'It's a good life, if you don't weaken', zijn nieuwste verhaal in de Palooka Ville-serie, brengt Seth hulde aan deze inspiratiebronnen en beschrijft hij zijn sfeervolle zoektocht naar leven en werken van Kalo, een obscure cartoonist uit de New Yorker.
Seth is in 1961 geboren in een dorpje in Ontario. Later verhuisde hij naar Toronto, waar hij als illustrator tekende voor The Washington Post, Toronto Life en Saturday Night. Vanaf 1990 verschenen zijn comics bij Drawn & Quarterly. Zijn eerste boek, getiteld It's A Good Life, If You Don't Weaken, zal in september 1996 uitkomen.
Seth in de Comiclopedia |
| |
|
Julie Doucet
|
|
Julie Doucet is vooral bekend als de auteur van Dirty Plotte (plat Canadees voor 'vieze kut'), een reeks waar ze al acht jaar aan werkt en die aanvankelijk verscheen als een door haarzelf uitgegeven mini-comic. Zij baande zich een weg door het masculiene stripwereldje en veroverde in 1991 een verrassende Harvey Award als het meestbelovende jonge talent.
Doucets werk, dat wordt gekenmerkt door een intense, obsessief gedetailleerde stijl en een soms schokkende onderwerpkeuze, is altijd controversieel geweest. In dezelfde tijd dat The New York Times haar 'een alom bewonderd tekentalent' noemde, werden verschillende van haar strips in Engeland en Canada door de douane in beslag genomen.
Doucet, die in 1965 in Montreal werd geboren, heeft twee boeken gepubliceerd: Léve ta jambe, Mon poisson est mort (1993) en My Most Secret Desire (1995). Vertaalde edities van haar strips zijn verschenen in Duitsland en Finland. Hij originelen zijn tentoongesteld in de USA, Canada, Frankrijk en Portugal. Tegenwoordig woont en werkt Julie Doucet in Berlijn.
Julie Doucet in de Comiclopedia |
| |
Joe Matt
In 1987 had Joe Matt genoeg van het inkleuren van die mallle heldencomics. Hij begon een getekend 'dagboek' bij te houden: een humoristisch en heftig verslag van zijn leven. Deze 'one-pagers' zijn later gepubliceerd in Drawn & Quarterly. In 1992 startte Matt een eigen reeks, Peepshow, die geheel gewijd is aan de voor hem zo karakteristieke levensangst.
Matt is in 1963 in Philadelphia geboren, maar het begrip 'gêne' is hem nooit bijgebracht. In Peepshow doet hij op schaamteloze wijze verslag van de fiasco's in zijn (liefdes)leven, waarin voor Trish en andere teleurgestelde jongedames belangrijke bijrollen zijn weggelegd. Het weinig flatterende maar rake portret dat Joe Matt van zichzelf schetst, heeft geleid tot de levendigste brievenrubriek ooit in een comic verschenen.
In de meer recente afleveringen laat Matt zijn actuele problemen rusten om zich te concentreren op een vervolgverhaal over zijn kleinsteedse jeugd. Matts eerste boek, dat ook Peepshow heette, werd uitgegeven in 1992. Zijn tweede boek, The Boyfriend, zal in augustus 1996 uitkomen.
Joe Matt in de Comiclopedia |
| |
Chester Brown
Chester Brown wordt beschouwd als een van de leidende figuren in de 'wedergeboorte' van de alternatieve strip, begonnen in de jaren tachtig. Als striptekenaar heeft hij twee reeksen gepubliceerd, Yummy Fur en het nog steeds lopende Underwater. Daarnaast heeft hij drie 'graphic novels' het licht laten zien: Ed The Happy Clown (1989), The Playboy (1992) en I Never Liked You (1994).
Brown is in 1960 in Montreal geboren, maar verhuisde op zijn negentiende naar Toronto. In 1983 probeerde hij op een straathoek voor 25 dollarcents een gekopieerde en geniete versie van Yummy Fur te verkopen; na één dag gaf hij het op. Drie jaar later verscheen deze strip echter als een echte comic en het is een van de langstlopende onafhnakelijk uitgegeven series geworden, waarvan 32 nummers zijn verschenen.
Browns verhalen lopen uiteen van absurd realisme in Ed The Happy Clown en de zeer persoonlijke, met veel gevoel voor understatement geschreven jeugdherinneringen in I Never Liked You en The Playboy tot het meer recente, dadaïstische, linguïstisch zonderlinge Underwater. Voorts werkt Chester Brown aan een indringende weergave van het Nieuwe Testament in stripvorm. Hij heeft twee Harvey Awards gewonnen.
Chester Brown in de Comiclopedia
|
Debbie Drechsler
Na meerdere jaren als illustrator te hebben gewerkt, besloot Debbie Drechsler een ander medium te proberen ten einde zich wat intiemer te kunnen uitdrukken. In een aantal grimmige comics schreef Drechsler over zeer persoonlijke, vaak sombere onderwerpen als seksueel misbruik tijdens haar kinderjaren en de problemen die een meisje ervaart dat opgroeit in een haar vijandig gezinde omgeving.
In 1993 verscheen in The Best of Drawn & Quarterly het voor haar kenmerkende, duistere Constellations. Na een stille periode van drie jaar kwam Drechsler terug met nieuw werk. Haar eerste boek, Daddy's Girl, verscheen in maart 1996. Een nieuw kort verhaal, het aangrijpende en dromerige The Dead of Winter, is uitgekomen in Drawn & Quarterly, deel 2, hoofdstuk 5. Drechsler woont in Santa Rosa, Californië.
Debbie Drechsler in de Comiclopedia |
|
Drawn & Quarterly: de Canadese school
De in Montreal gevestigde uitgeverij Drawn & Quarterly (tevens de naam van het tijdschrift) heeft zich ontwikkeld tot 's werelds belangrijkste forum op het gebied van de moderne strip. Terwijl de meeste Amerikaanse 'alternatieve' strips vaak gebukt gaan onder hun eigen bombast, verkent Drawn & Quarterly juist het grote potentieel van het medium door alleen het allerbeste te publiceren dat de stripwereld te bieden heeft.
Aanvankelijk, in 1990, richtte Drawn & Quarterly zich op twee tot drie pagina's tellende verhalen van Amerikaanse en Canadese tekenaars. In 1993 werd The Best of Drawn & Quarterly uitgegeven, gevuld met het beste van de tien nummers. Het blad verscheen in een iets ander formaat en met een andere opzet: de redactie stelde zich de opgave voortaan langere, meer literaire en meer complexe verhalen te publiceren van de meest getalenteerde auteurs aan weerszijden van de Atlantische Oceaan. Onder redactie van Chris Oliveros, bijgestaan door Maria Lesenko en Steve Solomos, droeg Drawn & Qurterly ertoe bij dat geïnteresseerde lezers kennis konden maken met politiek en historisch getinte werken als Jacques Tardi's serie over de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en Baru's magistrale novelle over de Algerijnse onahankelijkheidsstrijd.
Drawn & Quarterly onderscheidt zich voorts van andere stripbladen door de bijzondere vormgeving van de 'endpapers', voorin en achterin de uitgaven. Deze vormen steeds een compleet en afgerond werkstuk van vier pagina's, gewoonlijk gebaseerd op een bepaald thema en uitgevoerd in een vrije stijl, ontworpen door tekenaars als J. D. King, Josh Gosfield en David Mazzucchelli.
|
| |
Nieuwe talent
Drawn & Quarterly start eerdaags met een reeks 'stripnovellen' onder de naam Picture Book. Hierin zullen verhalen van vijftig pagina's lengte van telkens andere tekenaars worden uitgegeven. De eerste auteur die voor het voetlicht komt, is de Amerikaanse Ariel Bordeaux, bekend om haar introspectieve maar energiek getekende vertellingen. Pentti Otsamo uit Finland is bezig aan een verhaal dat in 1997 zal verschijnen. Van Otsamo zijn inmiddels twee verhalen in Drawn & Quarterly gepubliceerd. Zijn onderkoelde manier van vertellen is uitermate geschikt voor de stripnovelle, die een wat langere adem vereist.
De meest opzienbarende 'nieuwe' striptekenaar is niemand minder dan Chris Oliveros, de uitgever van Drawn & Quarterly. In de afgelopen maanden heeft hij gewerkt aan een nieuw verhaal, dat eind 1996 als serie zal verschijnen. Het nog ongetitelde werk handelt over fabrikant Felix Cluthers, die worstelt met zijn leven terwijl zijn firma bezwijkt onder de torenhoge stapel rekeningen.
|
|